Speerwaterjuffer - Coenagrion hastulatum

Areaal

Coenagrion hastulatum komt vooral voor in Noord- Europa (Scandinavië, Baltische staten) en wordt naarmate men zuidelijker gaat zeldzamer (Duitsland, Nederland, Frankrijk...). In West- en Midden-Europa is de soort veelal beperkt tot de berggebieden (Schotland, Vogezen, Centraal Massief, Pyreneeën, Alpen en Balkan tot Bulgarije) waar het vaak relictpopulaties betreft. Naar het oosten toe strekt het areaal zich uit tot Oost-Siberië.

 

Waarnemingen

 

speerwaterjuffer ErikMoonen

mannetje
@Erik Moonen

 

Verspreiding in België (2006)

Uiterst zeldzaam. In Wallonië komen populaties enkel voor in de Hoge Ardennen: Hoge Venen, venen van Spa-Malchamps, Plateau des Tailles en in één gebied in de Ardennen (Les Epioux te Chiny). In Vlaanderen zijn de populaties beperkt tot twee grote heidegebieden in de Hoge Kempen: de Teut te Zonhoven en de vallei van de Zijpbeek te Rekem. Verder zijn er nog enkele waarnemingen afkomstig van enkele vennetjes te Opglabbeek (Turfven), Helchteren (Mangelbeekbron), Meeuwen (In den Damp), Maasmechelen (Mechels ven) en in 2003 uit de Itterbeekvallei (Gruitrode) en de Hellebroekvijvers te Houthalen. In de Antwerpse Kempen is er nog een waarneming bekend van het Leyven te Ravels. Uit onderzoek in 2002 in Vlaanderen bleek de Speerwaterjuffer, behalve de Teut en de Zijpbeek, overal afwezig te zijn of werd er slechts één mannetje (Turfven) waargenomen.

 

Evolutie van de verspreiding

Vóór 1950 had C. hastulatum een veel ruimere verspreiding dan nu het geval is. Selys beschouwt ze als ‘lokaal maar vrij verspreid’. Ondanks het grotendeels ontbreken van gegevens noemt Selys ze “vrij algemeen voor de moerassen in de Kempen, ook in de Ardennen”. Uit de periode vóór 1950 zijn er nog waarnemingen bekend uit de Hoge Ardennen (Malmedy, Francorchamps), de Lorraine (Arlon, Etalle, Florenville), tussen Samber en Maas (Virelles, Roly), de Scheldevallei tussen Gent en Antwerpen (Damvallei bij Gent, Overmere), de Kempen (Postel, Genk, Lanaken, Zolder, Stokrooie), de regio Brussel (Rood Klooster te Oudergem, Brussel), Luik en is er zelfs een gegeven uit Haspengouw (Longchamps-sur-Geer). Uit de periode 1950-1979 wordt ze buiten de Kempen en de Hoge Ardennen enkel nog gemeld uit de Scheldevallei bij Gent (laatste waarneming 1970). Deze sterke achteruitgang lijkt nog steeds verder te gaan en de laatste jaren werd ze op verschillende bekende sites zowel in de Ardennen (Eupen, Recht, Plateau des Tailles te Bihain) als in de Kempen (In den Damp te Meeuwen, Hageven te Neerpelt, Helchteren, Eksel) niet meer waargenomen.

 

Habitat

C. hastulatum komt voor in vennen, venen (o.a. lithalsen) en plassen met matig voedselarm water (oligomesotroof ) en met een zuurtegraad die gaat van lichtjes zuur tot neutraal. Sterk oligotrofe, dystrofe of zure vennen worden gemeden of ze komt er slechts in (zeer) klein aantal voor. Vennen die onderhevig zijn aan kwelwaterstroming worden geprefereerd. Die kwel zorgt voor een geringe toestroom van mineralen en een zwakke buffering waardoor de plassen niet verzuren. De vegetatie van de plassen is goed ontwikkeld en er komen zowel drijvende waterplanten zoals fonteinkruid (Potamogeton) en Witte waterlelie (Nymphaea alba) als een verlandings- en oevervegetatie van Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata), Wateraardbei (Comarum palustre), Veenpluis (Eriophorum angustifolium), Snavelzegge (Carex rostrata) en Holpijp (Equisetum fluviatile) voor.

 

Fenologie

De vliegtijd situeert zich tussen half mei en eind juli. De hoofdvliegperiode situeert zich van eind mei tot half juni (Vlaanderen) en tot begin juli (Ardennen). Uiterste data zijn 28 april en 4 augustus.

 

Literatuur

Barvaux (1961), Goffart (1989a), Ketelaar (2001).