Venglazenmaker - Aeshna juncea

Areaal

In Europa is Aeshna juncea verspreid in het noorden en het centraal deel, tot aan de Alpen. Ook algemeen op de Britse eilanden. In Zuid-Europa is de Venglazenmaker veel zeldzamer en voornamelijk beperkt tot de bergachtige streken (o.a. Centraal Massief in Frankrijk en noordelijke helft van het Iberisch Schiereiland). Buiten Europa komt ze oostelijk voor doorheen Siberië tot in Japan en daarnaast ook in Noord-Amerika.

 

Waarnemingen

 

venglazenmaker GeertDeKnijf

mannetje
@Geert De Knijf

 

Verspreiding in België (2006)

Vrij zeldzaam. De Venglazenmaker is bijna uitsluitend beperkt tot de Kempen, de Hoge Ardennen en de Lorraine, waar lokaal goed ontwikkelde populaties te vinden zijn. Buiten deze regio’s werd de Venglazenmaker slechts uitzonderlijk gemeld. In Haspengouw (Kortenbos, Gingelom) werden enkele geïsoleerde individuen genoteerd en in Plombières (Land van Herve) werd een maal reproductie vastgesteld.

 

Evolutie van de verspreiding

Als we de vroegere gegevens bekijken en rekening houden met de commentaar van Selys op het einde van de 19de eeuw, zou de verspreiding van de soort vroeger redelijk gelijkend geweest zijn aan die van nu. Selys trof de Venglazenmaker regelmatig aan in de Hoge Venen, in bijna de hele Ardennen, maar ook in de moerassen van de Kempen. Ze was er waarschijnlijk wel meer verspreid en algemener dan nu, gezien er toen meer geschikte habitats aanwezig waren. Het is mogelijk dat sommige oudere gegevens uit andere regio's zoals de Fagne-Famenne of het leemplateau in Midden-België betrekking hadden op verspreide populaties buiten het hoofdverspreidingsgebied, meer dan op zwervende exemplaren, maar precieze gegevens om dit te bevestigen ontbreken. Selys noemt ze sporadisch of in klein aantal te vinden in de omgeving van Brussel en in Haspengouw.

 

VenglazenmakerC RobertPieters

copula
@Robert Pieters

 

Habitat

A. juncea komt voor aan oligotrofe, oligo-mesotrofe stilstaande wateren van zure hoogvenen (lithalses, uitgeveende veenplassen en grachten, draineringsgrachten,...), vennen (Kempen), veenplassen en permanente plassen begroeid met zeggen (Carex), Veenpluis (Eriophorum angustifolium) en russen (Juncus).

 

Fenologie

De hoofdvliegperiode van de Venglazenmaker gaat van half juni tot eind september, met een piek in augustus. Uiterste data zijn 13 juni en 19 oktober.

 

Literatuur

Barvaux (1960), Goffart (1994b).